Zitting van Raad voor maatschappelijk welzijn van maandag 15 december 2025 om 20:00.

 

Aanwezig:

Roel Vermeesch - voorzitter

Bart Goris - burgemeester

Katlijn Hofmans, Christel Engelen, Tim Peeters en Tine Muyshondt - schepenen

Luc Redig, Fernand Bossaerts, Johan De Ryck, Leen Baeten, Kevin Helsen, Guido Wittocx, Christel Meeus, Fons Huysmans, Jörg Welz, Annelies Creten, Zoe Helsen, Gunter Michiels, Kurt Stabel, Mieke Van Rompaey, Kris Wouters, Ludo Janssens en Kurt De Belder - raadsleden

Wim Van der Schoot - algemeen directeur

Verontschuldigd:

Sonja De Pooter - schepen

Lucas Verbeeck - raadslid

 

De zitting wordt om  geopend.

Overzicht punten

Zitting van Raad voor maatschappelijk welzijn van maandag 15 december 2025

 

 

1. Notulen en zittingsverslag vorige zitting - goedkeuring

 

Omschrijving:

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen en het zittingsverslag van de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 november 2025 goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De raad voor maatschappelijk welzijn vergaderde op 17 november 2025.

 

Juridisch kader:

Artikel 277 §1 en 278§1 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

De notulen en het zittingsverslag van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn worden onder de verantwoordelijkheid van de algemeen directeur opgesteld overeenkomstig artikel 277 en 278.

De notulen en het zittingsverslag van de raad voor maatschappelijk welzijn worden, na goedkeuring, ondertekend door de voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur.

De notulen van de vergaderingen van de raad voor maatschappelijk welzijn vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat is gegeven aan de punten waarover de raad voor maatschappelijk welzijn geen beslissing heeft genomen. Ze maken melding van alle beslissingen en het resultaat van de stemmingen. Behalve bij geheime stemming, vermelden de notulen hoe elk lid gestemd heeft. Van die laatste verplichting kan worden afgeweken voor beslissingen die genomen zijn met unanimiteit.

Artikel 32 §1 en §2 van het huishoudelijk reglement van de raad voor maatschappelijk welzijn zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk

De notulen van de raad voor maatschappelijk welzijn vermelden, in chronologische volgorde, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waarover de gemeenteraad geen beslissing heeft genomen.

Zij maken eveneens duidelijk melding van alle beslissingen. Behalve bij geheime stemming of bij unanimiteit, vermelden de notulen voor elk gemeenteraadslid of hij voor of tegen het voorstel heeft gestemd of zich onthield.

De zittingsverslagen van de vergaderingen van de raad voor maatschappelijk welzijn worden opgemaakt in de vorm van een audio opname van de openbare zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn

 

Bijlagen:

-          ontwerp van de notulen van de vergadering van de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 november 2025, opgemaakt door de algemeen directeur

-          audio-opname van de zitting van de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 november 2025

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Enig artikel:

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de notulen en het zittingsverslag van de raad voor maatschappelijk welzijn van 17 november 2025 goed.

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Raad voor maatschappelijk welzijn van maandag 15 december 2025

 

 

2. Dagelijks bestuur, visum en toetredingsbeslissingen raamovereenkomsten - reglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De raad voor maatschappelijk welzijn beslist over de definitie van dagelijks bestuur en de voorwaarden inzake de visumplicht.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Op 16 december 2019 stelde de raad voor maatschappelijk welzijn het begrip dagelijks bestuur vast, alsook de categorieën van verrichtingen die uitgesloten zijn van de visumverplichting.

Voorgesteld wordt om voormeld reglement op te heffen vanaf 1 januari 2026 en vanaf die datum te vervangen door voorliggend reglement over het begrip dagelijks bestuur, de voorwaarden inzake de visumplicht en de delegatie aan het vast bureau van toetreding tot raamovereenkomsten van andere aanbesteders.

 

Juridisch kader:

Art. 78, lid 2, 9° en 10° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Het definiëren van het begrip ‘dagelijks bestuur’ is een exclusieve  bevoegdheid van de raad voor maatschappelijk welzijn en bepaalt de gevallen waarin het vast bureau bevoegd is voor het vaststellen van de plaatsingsprocedure en de voorwaarden van overheidsopdrachten buiten diegene waarin de raad deze bevoegdheden nominatief aan het vast bureau heeft toevertrouwd en buiten de dwingende en onvoorziene omstandigheden bedoeld in artikel 84, §4 van het decreet lokaal bestuur.

Art. 78, lid 1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De raad voor maatschappelijk welzijn kan bij reglement zijn bevoegdheden overdragen aan het vast bureau.

Art. 266 en 273 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De voorgenomen financiële verbintenissen die resulteren in een uitgaande nettokasstroom zijn onderworpen aan een voorafgaand visum, voordat enige verbintenis kan worden aangegaan.

De raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt, na advies van de financieel directeur, de nadere voorwaarden waaronder de financieel directeur de controle uitoefent. De raad kan binnen de perken die vastgelegd zijn door de Vlaamse Regering, en na advies van de financieel directeur, bepaalde categorieën van verrichtingen uitsluiten van de visumverplichting.

Art. 99 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen

De volgende categorieën van verrichtingen kunnen niet worden uitgesloten van de visumverplichting:

1° de aanstelling van statutaire personeelsleden;

2° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor onbepaalde duur;

3° de aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van één jaar of meer;

4° de verbintenissen waarvan het bedrag hoger is dan vijftigduizend euro;

5° de verbintenissen die een contractuele looptijd hebben van meer dan één jaar en waarvan het jaarlijkse bedrag hoger is dan vijfentwintigduizend euro;

6° de investeringssubsidies waarvan het bedrag hoger is dan tienduizend euro.

Bij opeenvolgende contracten voor de aanstelling van contractuele personeelsleden voor dezelfde functie wordt de totale duur aangenomen voor de toepassing van het eerste lid.

In afwijking van het eerste lid, 3°, kunnen de aanstellingen van één jaar of meer in de volgende gevallen wel uitgesloten worden van de visumverplichting:

1° een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, paragraaf 7, van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;

2° een tewerkstelling ter uitvoering van andere werkgelegenheidsmaatregelen van hogere overheden dan de werkgelegenheidsmaatregelen, vermeld in punt 1°, voor maximaal vier jaar, in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van de voormelde wet, of in het kader van de opdracht van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in artikel 8, 9 of 13, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.

De artikels 285, §2, 1°; 286, §2, 1°, 287, 288 en 330 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De voorzitter van het vast bureau publiceert via de webtoepassing een lijst met besluiten en maakt de besluiten aangaande reglementen van de raad voor maatschappelijk welzijn bekend binnen tien dagen nadat ze werden aangenomen en met vermelding van hun datum van aanname. De reglementen treden in werking op de vijfde dag na hun bekendmaking, tenzij anders bepaald. De bekendmaking en de datum van bekendmaking van de reglementen moet blijken uit de aantekening in een register. Op dezelfde dag als de bekendmaking op de webtoepassing van de besluiten van de raad, brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking ervan.

 

Adviezen:

De financieel directeur wnd. adviseert positief over de in dit besluit voorgestelde nadere voorwaarden waaronder de controle in het kader van het visum wordt uitgeoefend, alsook over de voorgestelde categorieën van verrichtingen die worden uitgesloten van de visumplicht.

 

Stemverklaring:

Het drempelbedrag om een uitgave eerst voor te leggen aan de gemeenteraad wordt voor exploitatie uitgaven verhoogd van €75.000 naar €140.000 en voor de investeringsuitgaven wordt het bedrag verdrievoudigd van €50.000 naar €140.000.

Alle uitgaven lager dan 140.000 euro worden beschouwd als zogenaamd “dagelijks bestuur” zonder dat de gemeenteraad hierover inspraak heeft. Op die manier wordt de gemeenteraad buitenspel gezet. De controle functie die de gemeenteraadsleden hebben wordt verder uitgehold. Vandaar de tegenstem.

 

Besluit met:

14 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst) en Roel Vermeesch (Pit)

9 tegen: Luc Redig (Groen), Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Annelies Creten (Groen), Zoe Helsen (N-VA), Kris Wouters (N-VA) en Kurt De Belder (Groen)

 

Art. 1:

De raad voor maatschappelijk welzijn neemt met ingang van 1 januari 2026 voorliggend reglement aan over de invulling van het begrip dagelijks bestuur, de voorwaarden en uitzonderingen inzake de visumplicht en de delegatie van de toetreding tot raamovereenkomsten van andere aanbesteders.

 

Art. 2:

Ongeacht of zij een uitgave beogen op het exploitatiebudget of het investeringsbudget, behoren overheidsopdrachten tot het “dagelijks bestuur” wanneer zij geraamd en geplaatst worden voor een bedrag gelijk aan of onder het drempelbedrag exclusief btw voor plaatsing van leveringen en diensten middels onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking zoals bedoeld in artikel 90, lid 1, 1° van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017.

Het in het vorige lid bedoelde bedrag evolueert automatisch mee naar aanleiding van de periodieke herziening door de bevoegde overheden. Voor de periode 2026-2027 bedraagt de drempel € 140.000 excl. btw.

Opdrachten worden geraamd aan de hand van de ramingsregels voor overheidsopdrachten.

Wanneer het gunningsbedrag onverwacht boven de drempel landt, kan enkel gegund worden nadat de raad de plaatsingswijze en de lastvoorwaarden heeft bevestigd.

 

Art. 3:

Voor financiële verbintenissen met uitgaande netto-kasstroom wordt tijdig - bij voorkeur twee weken voor het agenderen van de beslissing - visum gevraagd aan de financieel directeur. De stukken van het dossier worden vanaf de aanvraag ter beschikking gesteld van de financieel directeur .

Volgende financiële verbintenissen met uitgaande netto-kasstroom worden vrijgesteld van de visumplicht:

  1. De aanstelling van contractuele personeelsleden voor een periode van minder dan één jaar.

Contracten van onbepaalde duur of vervangingscontracten zonder specifieke duurtijd worden gelijkgesteld met een aanstelling van meer dan één jaar.

Bij opeenvolgende contracten voor dezelfde persoon wordt de totale duur in aanmerking genomen.

  1. Aanstellingen in het kader van artikel 60, §7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.
  2. Tewerkstelling voor maximaal vier jaar ter uitvoering van andere werkgelegenheidsmaatregelen van hogere overheden dan vermeld in punt 2, in het kader van de opdrachten van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, vermeld in hoofdstuk IV, afdeling 1, van de voormelde wet, of vermeld in artikel 8, 9 of 13, van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
  3. Uitgaven met betrekking tot het recht op maatschappelijke integratie, in het bijzonder het toekennen van een leefloon of een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie.
  4. Verbintenissen waarvan het bedrag niet hoger is dan dertigduizend euro.
  5. Verbintenissen van onbepaalde duur waarvan het jaarlijkse bedrag niet hoger is dan vijftienduizend euro.
  6. Investeringssubsidies waarvan het bedrag niet hoger is dan tienduizend euro.

Het bedrag bedoeld in punt 5 is steeds het drempelbedrag excl. btw voor overheidsopdrachten van beperkte waarde bedoeld in artikel 92 van de Wet van 2016 inzake overheidsopdrachten. De raming van de opdracht gebeurt aan de hand van de ramingsregels voor overheidsopdrachten en evolueert automatisch mee met de aanpassing van het drempelbedrag door de bevoegde overheden, doch steeds binnen een vork van 30.000 euro tot het decretale maximum, vandaag 50.000 euro. Het bedrag bedoeld in punt 6 bedraagt steeds de helft van het bedrag bedoeld in punt 5.

 

Art. 4:

De raad voor maatschappelijk welzijn vertrouwt de bevoegdheid om toe te treden tot raamovereenkomsten van andere aanbesteders toe aan het vast bureau.

De afname van de raamovereenkomsten blijft onderworpen aan de regels inzake dagelijks bestuur.

 

Art. 5:

Voorliggend reglement heft vanaf haar inwerkingtreding op 1 januari 2026 het reglement op van de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 december 2019 over het begrip dagelijks bestuur en de vaststelling van welke categorieën van verrichtingen van dagelijks bestuur uitgesloten zijn van de visumverplichting.

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Raad voor maatschappelijk welzijn van maandag 15 december 2025

 

 

3. Gecoördineerde rechtspositieregeling - goedkeuring

 

Omschrijving:

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de gecoördineerde rechtspositieregeling van toepassing op het OCMW- en gemeentepersoneel, die als bijlage integraal deel uitmaakt van dit besluit, goed en gaat van kracht vanaf 1 januari 2026

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn met de goedkeuring van de rechtspositieregeling van het OCMW-personeel zoals gewijzigd op de raad voor maatschappelijk welzijn van 7 mei 2012, 4 maart 2013, 24 juni 2019, 20 september 2021, 16 oktober 2023 en 18 november 2024.

Tijdens het MAT van 17 oktober 2025 heeft de dienst HRM de voorgestelde wijzigingen aan de rechtspositieregeling toegelicht.

Het protocol van de syndicale organisaties opgesteld op 7 november 2025 en ondertekend door de verschillende syndicale organisaties die aanwezig waren op het overleg.

 

Juridisch kader:

De Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel

Het Koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel

Artikel 40, §3, 41, 2°, 186 en 286-288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast. Deze reglementen hebben onder meer betrekking op het gemeentelijk beleid, de gemeentelijke belastingen en retributies, en op het inwendige bestuur van de gemeente. Het vaststellen van andere gemeentelijke reglementen dan die over personeelsaangelegenheden, en het bepalen van straffen en administratieve sancties bij de overtreding van die reglementen kan niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd.

De gemeenteraad stelt de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel vast.

De rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel is van rechtswege van toepassing op het personeelslid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat de gemeente bedient en dat een betrekking bekleedt die ook bestaat bij de gemeente.

De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de rechtspositieregeling vast voor:

het specifiek personeel, waaronder wordt verstaan het personeel dat een betrekking bekleedt die niet bestaat in de gemeente die het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bedient

de maatschappelijk werker, vermeld in artikel 183, § 1

het voltallige personeel van de verzorgende, verplegende en dienstverlenende instellingen en diensten van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, waarvan de werking gebaseerd is op federale of gewestelijke financiering met bijbehorende werkings- en erkenningsregels en voor het voltallige personeel van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn dat ingezet wordt voor activiteiten die hoofdzakelijk verricht worden in mededinging met andere marktdeelnemers.

De burgemeester maakt de reglementen en de verordeningen van de gemeenteraad, van het college van burgemeester en schepenen en van de burgemeester bekend via de webtoepassing van de gemeente.

De bekendmaking van de lijst van de besluiten, vermeld in artikel 285, en van de besluiten, vermeld in artikel 286, gebeurt binnen tien dagen nadat ze genomen zijn, met vermelding van de datum waarop ze via de webtoepassing worden bekendgemaakt. Voor de besluiten bevat de bekendmaking ook de datum waarop ze zijn aangenomen. De webtoepassing van de gemeente vermeldt de wijze waarop het publiek inzage kan krijgen in de besluiten die op de lijst zijn vermeld, en vermeldt ook de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de toezichthoudende overheid, vermeld in artikel 326. Als de toezichthoudende overheid een besluit heeft vernietigd, wordt ook van die vernietiging melding gemaakt.

De reglementen en verordeningen, vermeld in artikel 286, § 1, 1° en 2°, en de reglementen, vermeld in artikel 286, § 2, 1° en 2°, treden in werking op de vijfde dag na de bekendmaking ervan, tenzij het anders bepaald is.

De burgemeester maakt de rechtspositieregeling van het gemeentepersoneel en de wijzigingen ervan bekend via de webtoepassing van de gemeente

De voorzitter van het vast bureau maakt de afwijkingen van de rechtspositieregeling van het personeel overeenkomstig artikel 186, § 2, en de wijzigingen ervan bekend via de webtoepassing van de gemeente.

Het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel.

 

Adviezen:

-          Akkoord van het managementteam van 17 oktober 2025

-          Protocol van akkoord van de syndicale organisaties van 7 november 2025

 

Bijkomende motivering:

Samen met het lokaal bestuur van Wommelgem hebben we onze rechtspositieregelingen naast elkaar gelegd, waar mogelijk op elkaar afgestemd en gemoderniseerd in het kader van het nieuwe decreet rechtspositieregeling. Daarbij hebben we niet alleen de inhoud geactualiseerd, maar ook de structuur grondig herzien.

 

De grootste wijzigingen zijn:

-          Naast de bestaande wervingsprocedures – externe aanwerving, bevordering, interne mobiliteit en externe mobiliteit – worden drie nieuwe mogelijkheden toegevoegd: permanente oproep, gezamenlijke aanwervingsprocedure en selectiepool of getrapte selectie.

-          Het diploma blijft belangrijk, maar is niet langer de enige toegangspoort. Kandidaten zonder het vereiste diploma kunnen toch deelnemen indien zij relevante beroepservaring hebben én een capaciteitstest met succes afleggen. Deze aanpak bestond vroeger al, maar enkel uitzonderlijk en op basis van vooraf vastgelegde objectieve criteria. Nu wordt dit structureel mogelijk gemaakt, zodat talent niet verloren gaat.

-          Waar vroeger een selectiecommissie uit minstens drie leden moest bestaan, waarvan één derde extern, is er nu de mogelijkheid om een commissie samen te stellen uit minimaal twee deskundigen, waarbij steeds iemand aanwezig is met inhoudelijke expertise over de functie. Externe deskundigen zijn niet langer verplicht.

-          Selectietechnieken op maat: Ook hier is er meer flexibiliteit. Vroeger was het aantal technieken per niveau vastgelegd: voor niveau A en B minimaal twee technieken, voor C, D en E minimaal één. Nu wordt gekozen voor minstens één selectietechniek, met in de praktijk een streven naar twee.

-          Vrijstelling van proeven: Kandidaten kunnen een vrijstelling krijgen voor bepaalde proeven wanneer zij maximaal drie jaar geleden een vergelijkbare proef met succes hebben afgelegd bij het bestuur, of een capaciteitsproef bij dit of een ander bestuur.

-          De geldigheidsduur van de wervingsreserve is aangepast: waar deze vroeger tot vijf jaar geldig bleef, is dat nu maximaal één jaar, met de mogelijkheid tot verlenging met nog een jaar.

-          Meer aandacht voor opvolging vanaf dag één: nieuwe medewerkers krijgen een duidelijk inwerktraject met vaste opvolgmomenten (starterstraject).

-          Feedbacktraject: medewerkers die langer dan 12 maanden in dezelfde functie werken, krijgen minstens één keer per jaar een feedbackgesprek. Bij ernstige bezorgdheden over het functioneren wordt een knipperlichttraject opgestart, met duidelijke stappen: een opstartgesprek met afspraken en opvolggesprekken om vooruitgang te meten.

-          Bevordering: verplichte anciënniteit vervalt. Vroeger was een minimum aantal dienstjaren vereist om bevordering te krijgen. Nu kan sneller doorgroei plaatsvinden, op voorwaarde dat een bevorderingsproef wordt gehaald.

-          Opdrachthouderschap: dit houdt in dat bovenop het huidige takenpakket tijdelijk een extra opdracht of project wordt opgenomen, waardoor de functie effectief zwaarder wordt. Deze regeling bestond al in de vorige RPR, maar was toen beperkt tot functies op niveau A, B en C. In de nieuwe RPR is dit uitgebreid naar alle niveaus, zodat iedereen binnen de organisatie de kans krijgt om tijdelijk extra verantwoordelijkheid op te nemen.

-          Verloning: ervaring bij de overheid wordt niet langer automatisch overgenomen. Net zoals ervaring in de privésector of als zelfstandige, wordt alleen relevante ervaring meegenomen. Bij elke indiensttreding wordt beoordeeld of de ervaring inhoudelijk aansluit bij de functie. Op basis daarvan wordt beslist of deze ervaring meetelt voor niveauanciënniteit en/of schaalanciënniteit.

-          Theoretisch budget voor toekomstige voordelen: in de RPR is een kader voorzien voor een theoretisch budget, zodat de bevoegde overheid later kan bepalen welke voordelen medewerkers kunnen kiezen.

-          Uniforme regeling voor verlof en feestdagen: alle medewerkers krijgen 35 vakantiedagen per jaar (20 wettelijke dagen en 15 bijkomende dagen) en 14 feestdagen. Vroeger beschikten de bijzondere diensten van het OCMW slechts over 26 dagen en 11 feestdagen. Nu geldt één uniforme regeling. De aanvullende feestdag van 2 november is vervangen door de laatste zondag van januari.

-          Bij ziekte tijdens vakantie kan verlof op vraag worden omgezet naar ziektedagen, op voorwaarde dat een geldig medisch attest wordt voorgelegd. Indien vakantie door ziekte of afwezigheid niet kan worden opgenomen, mogen tot 20 wettelijke vakantiedagen worden overgedragen naar het volgende jaar. Deze niet-opgenomen dagen worden uitbetaald aan het einde van het vakantiejaar waarin ze normaal hadden moeten worden opgenomen. Daarna kunnen deze dagen, binnen 15 maanden na het einde van dat vakantiejaar, onbetaald worden opgenomen.

 

Bijlagen:

Protocol van akkoord van de syndicale organisaties van 7 november 2025

Gecodificeerde rechtspositieregeling voor OCMW- en gemeentepersoneelsleden - versie 13

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Enig artikel:

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de gecoördineerde rechtspositieregeling van toepassing op het OCMW- en gemeentepersoneel, die als bijlage integraal deel uitmaakt van dit besluit, goed en gaat van kracht vanaf 1 januari 2026.

Publicatiedatum: 20/01/2026
Punt bijlagen/links RPR_-_15_december_2025.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Raad voor maatschappelijk welzijn van maandag 15 december 2025

 

 

4. Gecoördineerde versie arbeidsreglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het gecoördineerde arbeidsreglement voor het personeel van het OCMW Ranst zoals bijgevoegd in bijlage bij dit besluit goed. Het arbeidsreglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn  van 21 december 2021 en 18 november 2024 met de goedkeuring van het arbeidsreglement.

Tijdens het MAT van 17 oktober 2025 heeft de dienst HRM de voorgestelde wijzigingen aan de rechtspositieregeling en het arbeidsreglement toegelicht.

Het protocol van de syndicale organisaties opgesteld op 7 november 2025 en ondertekend door de verschillende syndicale organisaties die aanwezig waren op het overleg.

 

Juridisch kader:

De Wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel

Het Koninklijk besluit van 28 september 1984 tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel

De wet van 8 april 1965 betreffende de arbeidsreglementen

De wet van 18 december 2002 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen heeft het toepassingsgebied van de arbeidsreglementen uitgebreid tot de publieke sector

Artikel 77, 41, 2° en 286-288 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de reglementen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vast. Deze reglementen hebben onder meer betrekking op het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en op het inwendige bestuur ervan.

De voorzitter maakt de reglementen en de verordeningen van de raad voor maatschappelijk welzijn, van het vast bureau bekend via de webtoepassing van de gemeente.

De bekendmaking van de lijst van de besluiten, vermeld in artikel 285, en van de besluiten, vermeld in artikel 286, gebeurt binnen tien dagen nadat ze genomen zijn, met vermelding van de datum waarop ze via de webtoepassing worden bekendgemaakt. Voor de besluiten bevat de bekendmaking ook de datum waarop ze zijn aangenomen. De webtoepassing van de gemeente vermeldt de wijze waarop het publiek inzage kan krijgen in de besluiten die op de lijst zijn vermeld, en vermeldt ook de mogelijkheid om klacht in te dienen bij de toezichthoudende overheid, vermeld in artikel 326. Als de toezichthoudende overheid een besluit heeft vernietigd, wordt ook van die vernietiging melding gemaakt.

De reglementen en verordeningen, vermeld in artikel 286, § 1, 1° en 2°, en de reglementen, vermeld in artikel 286, § 2, 1° en 2°, treden in werking op de vijfde dag na de bekendmaking ervan, tenzij het anders bepaald is.

 

Adviezen:

-          Akkoord van het managementteam van 17 oktober 2025

-          Protocol van akkoord van de syndicale organisaties van 7 november 2025

 

Bijkomende motivering:

Het arbeidsreglement vormt een aanvulling op de rechtspositieregeling en bevat extra bepalingen voor het personeel, zoals werkroosters, welzijnsvoorschriften, tijdsregistratie, deontologie... Het arbeidsreglement is geactualiseerd om volledig in lijn te zijn met de nieuwe rechtspositieregeling. De wijzigingen zijn vooral gericht op gelijkvormigheid, actualisatie en correcte terminologie, zonder grote inhoudelijke veranderingen. De bestaande bijlagen blijven ongewijzigd.

 

Bijlagen:

Protocol van akkoord van de syndicale organisaties van 7 november 2025

Arbeidsreglement voor OCMW- en gemeentepersoneelsleden

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

§1. De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het gecoördineerde arbeidsreglement voor het personeel van het OCMW Ranst zoals bijgevoegd in bijlage bij dit besluit goed. Het arbeidsreglement treedt in voege vanaf 1 januari 2026.

§2. Het arbeidsreglement voor het personeel van het OCMW zoals goedgekeurd in zitting van 18 november 2024 wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven.

 

Art. 2:

Het aangepaste arbeidsreglement wordt door de dienst HRM kenbaar gemaakt aan alle personeelsleden en aan de gewestelijke Arbeidsinspectie - Toezicht op de Sociale Wetten van de Federale Overheidsdienst Tewerkstelling, Arbeid en Sociaal Overleg.

Publicatiedatum: 20/01/2026
Punt bijlagen/links AR_15_december_2025_(2).pdf Download
Overzicht punten

Zitting van Raad voor maatschappelijk welzijn van maandag 15 december 2025

 

 

5. Toetreding tot de raamovereenkomst conditiemetingen en energie-efficiëntiediensten via de aankoopcentrale Vlaams Energiebedrijf (VEB) - toetreding - goedkeuring

 

Omschrijving:

De Raad voor maatschappelijk welzijn keurt de toetreding goed tot alle percelen binnen de raamovereenkomst van Vlaams energiebedrijf voor conditiemetingen en energie-efficiëntiediensten.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het huidige meerjarenplan voorziet in middelen voor inrichten en oprichten van gebouwen.

Hierin kadert voorliggende toetreding tot de raamovereenkomst "conditiemetingen en energie-efficiëntiediensten", geplaatst door Vlaams Energiebedrijf (VEB) middels het bestek EE_2025_0_048 (in bijlage) voor diensten waarbij een energieaudit rond energie-efficiëntie, en waaraan bijkomende diensten kunnen worden toegevoegd waaronder:

-          Conditiemetingen (Perceel 1);

-          Advies verlening inzake energiemanagment = tweedelijnsadvies (Perceel 2);

-          Energie-efficiëntiediensten (Perceel 3).

De raamovereenkomst heeft een looptijd van 24 maanden en is tweemaal verlengbaar met telkens 12 maanden. De maximale looptijd bedraagt dus 48 maanden. De uitvoeringstermijn van een deelopdracht die gedurende de looptijd van de raamovereenkomst wordt geplaatst, kan de looptijd van de raamovereenkomst zelf overschrijden.

Het OCMW mag van deze raamovereenkomst gebruik maken. Effectieve bestellingen worden goedgekeurd door het vast bureau. Voorgesteld wordt om toe te treden tot alle percelen binnen deze raamovereenkomst.

 

Juridisch kader:

Art. 77, 2de lid en art. 78, tweede lid, 10° van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

De raad voor maatschappelijk beleid bepaalt het beleid van het OCMW en kan daarvoor algemene regels vaststellen. De raad voor maatschappelijke welzijn heeft de volheid van bevoegdheid en is exclusief bevoegd voor het vaststellen van de plaatsingsprocedure en het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten

De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten

Artikel 47, §2 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten

Een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren.

Het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren van 18 april 2017

Het koninklijk besluit tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten van 14 januari 2013

De Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies

 

Bijkomende informatie:

Een aankoopcentrale is een aanbestede overheid die gecentraliseerde aankoopactiviteiten en eventueel aanvullende aankoopactiviteiten verricht. Het Vlaams Energiebedrijf treedt hierin op als aankoopcentrale. Gelet op het feit dat conform de wetgeving op de overheidsopdrachten de gemeente Ranst zelf geen overheidsopdracht voor diensten dient op te starten als we toetreden tot de aankoopcentrale in deze raamovereenkomst.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Toetreding tot raamovereenkomst "conditiemetingen en energie-efficiëntiediensten", geplaatst door (VEB)

Actie:

Ranst waardeert haar patrimonium op

Ranst beheert en onderhoudt haar patrimonium

Ramingnummer:

diverse

Uitgave:

niet van toepassing

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Bijlagen:

-          AV_RO_P1_Conditiemetingen

-          BV_RO_P1_Conditiemetingen

-          Gemotiveerde_gunningsbeslissing_Perceel_1

-          AV_RO_P2_tweedelijnsdavies_(1)

-          BV_RO_tweedelijnsadvies_P2_Ranst_20259490

-          Gemotiveerde_gunningsbeslissing_Perceel_2

-          BV_RO_P3_Energie_Efficiëntiediensten

-          AV_RO_P3_Energie_Efficiëntiediensten

-          Gemotiveerde_gunningsbeslissing_Perceel_3

-          VEB-als-aankoopcentrale_binnen_overheidsopdrachtenrecht[48]

-          RO_Conditiemeting_&_EE-diensten_-_Administratief_Bestek_(1)

-          Gemeente Ranst - NDA - 20259490_Ingevuld_Getekend

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art.1:

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de toetreding tot de raamovereenkomst voor "conditiemetingen en energie-efficiëntiediensten" geplaatst door de aankoopcentrale Vlaams energiebedrijf, geplaatst met bestekreferentie EE_2025_0_048 goed.

 

Art.2:

De Raad voor maatschappelijk welzijn keurt de toetreding tot de volgende percelen binnen de raamovereenkomst, voor "conditiemetingen en energie-efficiëntiediensten" goed:

-          Conditiemetingen (Perceel 1);

-          Advies verlening inzake energiemanagment = tweedelijnsadvies (Perceel 2) - directe toewijzing;

-          Energie-efficiëntiediensten (Perceel 3) - mini-competitie.

 

Art. 3:

De Raad voor maatschappelijk welzijn keurt de algemene voorwaarden en bijzondere voorwaarden opgesteld door het VEB en vervat in bijlage goed.

 

Art.4:

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt goed dat effectieve bestellingen worden goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen.

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Raad voor maatschappelijk welzijn van maandag 15 december 2025

 

 

6. Toetreding aankoopcentrale opdrachtencentrale vzw - goedkeuring

 

Omschrijving:

geen goedkeuring van de toetreding tot de opdrachtencentrale vzw van het OCMW

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Instellingen die onderworpen zijn aan de wetgeving inzake overheidsopdrachten worden steeds vaker geconfronteerd met complexere technisch-administratieve uitdagingen en toenemende eisen op het vlak van vakspecifieke kennis. Samenwerking op het gebied van overheidsopdrachten en/of het aanbieden van facilitaire diensten genereert positieve schaaleffecten en synergieën.

Opdrachtencentrale vzw is een organisatie die streeft naar kwaliteit en toegevoegde waarde bij de administratieve ontzorging rond overheidsopdrachten. Door daarbij het ambitieniveau te leggen op high level procurement zijn ze een interessante partner.

Door de toetreding tot de opdrachtencentrale vzw kan het OCMW Ranst gebruik maken van de diensten en leveringen die ze faciliteren op vlak van overheidsopdrachten.

 

Juridisch kader:

Art. 77, §2 en 78 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

De raad voor maatschappelijk welzijn is exclusief bevoegd voor het oprichten van en het toetreden tot rechtspersonen, of het aanwijzen van leden van de rechtspersonen, vermeld in deel 3, titel 4, en de besluiten om deel te nemen in een gemeentelijk extern verzelfstandigd agentschap in privaatrechtelijke vorm

Art. 2,6°-8° en 47 van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten

Dit zijn de bepalingen rond de aankoopcentrales zijn terug te vinden

Koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.

Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.

Wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.

 

Bijkomende motivering:

Het toetreden tot opdrachtencentrale vzw biedt ons een strategische opportuniteit om efficiëntie en flexibiliteit in ons aankoopproces te verhogen. Dit sluit aan bij een ambitie om moderne, kostenbewuste, en duurzame oplossingen te implementeren in onze werking. Het gebruik van raamovereenkomsten via de aankoopcentrale creëert opportuniteiten zonder verplichting tot afname. opdrachtencentrale vzw is een aankoopcentrale die heel wat (potentieel interessante) raamcontracten beschikbaar heeft voor hun leden. Deze aansluiting verplicht het OCMW niet tot effectieve afname van de verschillende raamcontracten.

Momenteel hebben ze 23 lopende raamcontracten.

 

Financiële gevolgen:

Het lidmaatschap is geheel gratis en er is geen enkele afnameverplichting van de opdrachten die in de markt worden geplaatst.

 

Bijkomende motivering:

Omwille van de onduidelijkheid over het statuut van de vzw en de juridische onduidelijkheid van de vzw opdrachtencentrale om als aankoopcetrale te fungeren wordt de toetreding nog niet goedgekeurd.

 

Bijlagen:

Aanbestedende overheid en Aankoopcentrale - One pager

Actuele lopende raamcontracten

Inschrijvingsformulier

Advies GD&A advocaten Opdrachtencentrale vzw 15 maart 2024

Schorsing toetredingsbeslissing PZ Brussel-Zuid 18 november 2024

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Enig artikel:

De raad voor maatschappelijk welzijn besluit de toetreding van het OCMW Ranst tot de opdrachtencentrale vzw niet goed te keuren.

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Raad voor maatschappelijk welzijn van maandag 15 december 2025

 

 

7. Retributie Mobitwin-dienst voor minder mobiele personen - retributiereglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt een retributiereglement goed voor het gebruik van de diensten van de Mobitwin-centrale voor minder mobiele personen.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De raad voor maatschappelijk welzijn keurde op 15 september 2025 de dienstverleningsovereenkomst en de verwerkingsovereenkomst met de bijbehorende bijlagen met Mpact vzw goed.

De overeenkomst regelt de werking van Mobitwin (vroeger: Minder Mobielen Centrale), een dienst van MPact voor sociaal vervoer door vrijwilligers. De dienst is bedoeld om sociaal kwetsbare personen te vervoeren, zoals senioren of personen met een beperkt inkomen, die geen toegang hebben tot eigen vervoer of geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer.

In dit kader wordt voorgesteld voorliggend retributiereglement goed te keuren op basis waarvan de vergoedingen aan de gebruikers zullen worden aangerekend.

 

Juridisch kader:

Artikel 173 van de Gecoördineerde Grondwet

Behalve voor de provincies, de polders en wateringen en de gevallen uitdrukkelijk uitgezonderd door de wet, het decreet en de regelen bedoeld in artikel 134, kan van de burgers geen retributie worden gevorderd dan alleen als belasting ten behoeve van de Staat, de gemeenschap, het gewest, de agglomeratie, de federatie van gemeenten of de gemeente.

Artikel 98, §1, lid 1 van de wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn

Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bepaalt, rekening houdend met de inkomsten van de betrokkene, de bijdrage van de begunstigde in de kosten van de maatschappelijke dienstverlening.

Artikel 77, lid 2 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de reglementen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vast. Die kunnen betrekking hebben op het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en op het inwendige bestuur ervan.

Artikel 78, lid 2 3° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De raad voor maatschappelijk welzijn is uitsluitend bevoegd voor alle reglementen met uitzondering van personeelsreglementen.

Artikel 78, lid 2 17°/1 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De raad voor maatschappelijk welzijn is bevoegd voor het vaststellen van de machtiging tot het heffen van de retributies en de voorwaarden ervan, inclusief verminderingen en vrijstellingen.

Artikel 57, §1 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn

Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn heeft als taak aan personen en gezinnen de dienstverlening te verzekeren waartoe de gemeenschap gehouden is. Het verzekert niet alleen lenigende of curatieve doch ook preventieve hulp. Het bevordert de maatschappelijke participatie van de gebruikers. Deze dienstverlening kan van materiële, sociale, geneeskundige, sociaal-geneeskundige of psychologische aard zijn.

Artikel 10, lid 6 van de Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers

Wat betreft het gebruik van het eigen voertuig, worden de reële verplaatsingskosten vastgesteld overeenkomstig artikel 74 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt

 

Bijkomende motivering:

Een retributie is een vergoeding die de overheid kan aanrekenen aan de gebruiker van een specifieke overheidsdienst. Zij staat altijd in redelijke verhouding tot de kostprijs van de betrokken dienst.

Lidmaatschapsbijdrage

Leden betalen momenteel € 12 lidmaatschap voor een jaar, € 18 voor een koppel of samenwonenden. Voor een half jaar, ingeschreven in het tweede semester, bedraagt het lidmaatschap € 6 voor een alleenstaande en € 9 voor een koppel of samenwonenden.

De lidmaatschapsbijdrage die Mpact, de overkoepelende organisatie die de Mobitwin-centrales aanstuurt, aanbeveelt is ondertussen gestegen:

-          Voor één jaar, ingeschreven in het eerste semester, zijn de aanbevolen prijzen: € 18 per persoon, € 27 per koppel of samenwonenden.

-          Voor een half jaar, ingeschreven in het tweede semester, zijn de aanbevolen prijzen: € 9 per persoon, € 13,50 per koppel of samenwonenden.

De sociale dienst stelt voor om de aanbevolen prijzen aan te rekenen.

Kilometervergoeding

Door de stijgende brandstofprijzen worden de onkosten van de chauffeurs niet langer gedekt met de huidige kilometervergoeding van € 0,41. De sociale dienst stelt daarom voor om de kilometervergoeding voor de Mobitwin-chauffeurs aan te passen naar € 0,44 met ingang van 1 februari 2026. Dit bedrag is in overeenstemming met de Vrijwilligerswet.

Administratiekosten

De cliënt betaalt € 0,12 administratiekosten per rit. Deze inkomsten worden gebruikt om chauffeurs te kunnen vergoeden voor eventuele 'verloren ritten', zoals in geval van een cliënt die ziek werd en ons niet tijdig kon verwittigen dat de rit niet door kon gaan.

Door de stijgende brandstofprijzen en kilometervergoeding en de verplichting van het afronden van cashbetalingen tot op 5 cent, willen we dit bedrag optrekken naar € 0,15 per rit vanaf 1 februari 2026.

Indexatie

Mpact behoudt zich het recht voor om deze tarieven jaarlijks te indexeren. De indexering volgt de gezondheidsindex van augustus van het voorgaande jaar, zodat Mpact in september de juiste tarieven kan communiceren. De aangepaste prijzen worden steeds naar beneden afgerond: tot op € 0,50 voor een volledig lidmaatschap en de bijdrage van de centrale en tot op € 0,25 voor een gezinslidmaatschap of halfjaarlijks lidmaatschap. Eventuele aanpassingen aan de kilometerprijzen worden niet afgerond.

Delegatie

Voorgesteld wordt de bevoegdheid om het bedrag vast te stellen van de retributie, inclusief indexeringen en herzieningen, toe te vertrouwen aan het vast bureau. De bedragen blijven in elk geval steeds in redelijke verhouding staan tot de betrokken dienstverlening.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

Mobitwin - lidgelden, tussenkomst km vergoeding

Actie:

Ranst biedt zorg aan huis

Ramingnummer:

RA000979

Inkomst:

€ 28.574,18/periode 2026-2031

Visumnummer:

niet van toepassing

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De raad voor maatschappelijk welzijn stelt met ingang van 1 januari 2026 en voor de periode tot en met 31 december 2031 voorliggend retributiereglement vast voor het gebruik van de dienstverlening van de centrale voor minder mobiele personen (Mobitwin).

Voor de algemene werking van de Mobitwin-centrale (vroegere Minder Mobielen Centrale of MMC) gelden de modaliteiten zoals vastgelegd in de overeenkomst met vzw Mpact, goedgekeurd door de raad voor maatschappelijk welzijn op 15 september 2025.

 

Art. 2:

De retributie is verschuldigd door de gebruikers (vanaf nu: "leden") van de diensten van de Mobitwin-centrale.

Zij bestaat uit een lidmaatschapsbijdrage, een kilometervergoeding en administratiekosten.

Zij gelden onder voorbehoud van toepasselijke indexeringen, herzieningen en de uitoefening van de bevoegdheid die de raad overeenkomstig artikel 6 aan het vast bureau toevertrouwt.

 

Art. 3:

De raad voor maatschappelijk welzijn beslist de jaarlijkse lidmaatschapsbijdrage voor de Mobitwin-centrale vanaf 2026 vast te stellen op

-          € 18 per persoon of € 27 per koppel of samenwonenden voor een lidmaatschap dat start voor 30 juni en duurt tot het einde van het lopende kalenderjaar;

-          € 9 per persoon of € 13,5 per koppel of samenwonenden voor een lidmaatschap dat start na 30 juni en loopt tot het einde van het lopende kalenderjaar.

 

Art. 4:

De raad voor maatschappelijk welzijn beslist de kilometervergoeding die leden betalen aan Mobitwin-chauffeurs aan te passen naar € 0,44 met ingang van 1 februari 2026 in overeenstemming met de Wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers en op basis van de toepassing van artikel 74 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.

 

Art. 5:

De raad voor maatschappelijk welzijn beslist de administratiekosten per Mobitwin-rit vast te stellen op € 0,15 met ingang van 1 februari 2026.

 

Art. 6:

De raad voor maatschappelijk welzijn delegeert het bepalen van het bedrag van de retributie, inclusief het eventuele doorrekenen van indexeringen en herzieningen, aan het vast bureau. De bedragen blijven in elk geval steeds in verhouding staan tot de betrokken dienstverlening.

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Raad voor maatschappelijk welzijn van maandag 15 december 2025

 

 

8. Huishoudelijk reglement dienst voor gezinszorg - reglement - goedkeuring

 

Omschrijving:

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het huishoudelijk reglement van de dienst voor gezinszorg goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De dienst voor gezinszorg biedt hulp aan inwoners van Ranst die omwille van ouderdom, gezondheid, fysieke of mentale beperking en dergelijke niet (langer) zelf kunnen instaan voor hun verzorgende en/of huishoudelijke taken.

Op 16 januari 2023 keurde de raad voor maatschappelijk welzijn de huidige versie van het huishoudelijk reglement voor de dienst voor gezinszorg goed. Dit reglement wordt bezorgd aan en ondertekend door elke cliënt van de dienst voor gezinszorg.

 

Juridisch kader:

Artikel 77 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017

De raad voor maatschappelijk welzijn beschikt over de volheid van bevoegdheid voor de aangelegenheden die aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn door of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd.

De raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en kan daarvoor algemene regels vaststellen.

De raad voor maatschappelijk welzijn stelt de reglementen van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vast. Die kunnen betrekking hebben op het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en op het inwendige bestuur ervan.

Artikel 11 en 12 van het Decreet van 15 februari 2019 betreffende de woonzorg (Woonzorgdecreet) 

In deze artikels wordt omschreven wat een dienst voor gezinszorg is en welke opdrachten het heeft.

Artikel 10, §1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers

De woonzorgvoorziening of de vereniging hanteert een geschreven referentiekader voor elke vorm van grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van de gebruikers. De minister kan hiervoor nadere regels bepalen.

De woonzorgvoorziening of de vereniging hanteert een procedure voor de preventie van, de detectie van en gepaste reacties op grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van de gebruikers. In die procedure is een registratiesysteem opgenomen dat geanonimiseerde gegevens bijhoudt over de gevallen van grensoverschrijdend gedrag ten aanzien van de gebruikers.

 

Bijkomende motivering:

Het huishoudelijk reglement werd herschreven in een meer toegankelijke en leesbare taal, aangevuld met de wettelijke verplichtingen en met de aanbevelingen van de inspectie en op verschillende punten verder verduidelijkt.

 

Bijlagen:

Huishoudelijk reglement dienst voor gezinszorg

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Enig artikel:

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het huishoudelijk reglement van de dienst voor gezinszorg zoals vervat in bijlage goed.

Publicatiedatum: 20/01/2026
Punt bijlagen/links Huishoudelijk_reglement_gezinszorg_RMW_2025.12.15.pdf Download
Overzicht punten

Zitting van Raad voor maatschappelijk welzijn van maandag 15 december 2025

 

 

9. Nominatieve subsidie en overeenkomst MODO (Mee Opvoeden Door Ondersteunen) - subsidie en samenwerkingsovereenkomst - goedkeuring

 

Omschrijving:

De raad voor maatschappelijk welzijn beslist over een nominatieve subdsidie en samenwerkingsovereenkomst in het kader van de werking van MODO Antwerpse Kempen.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

De Vlaamse overheid faciliteert en ondersteunt de beweging van een geïntegreerd gezinsbeleid naar een lokaal geïntegreerd gezins- en jeugdhulpbeleid, onderstreept in haar regelgeving en beleid het belang van preventieve gezinsondersteuning en wil de Huizen van het Kind laten uitgroeien tot de spil in het lokaal geïntegreerd gezinsbeleid. De lokale besturen nemen hierbij een regierol en faciliterende rol op.

MODO Antwerpse Kempen (MODO=Mee Opvoeden Door Ondersteunen) is ontstaan vanuit de schoot van het Huis van het Kind Voorkempen.

Op 24 juni 2024 keurde de raad voor maatschappelijk welzijn de hernieuwde samenwerkingsovereenkomst met MODO Antwerpse Kempen goed in het kader van het huis van het kind voor het uitbouwen van de MODO-werking in de gemeente Ranst rond ondersteuning aan huis bij gezinnen met kinderen tot 12 jaar die zich in een kwetsbare situatie bevinden.

Voorgesteld wordt om voor de komende zes jaren opnieuw in financiering van het project MODO te voorzien via toekenning van een nominatieve subsidie van € 10.000 per jaar voor de begeleiding van 5 gezinnen en volgens de modaliteiten van de bij dit besluit gevoegde samenwerkingsovereenkomst met een duur van 1 januari 2026 en tot 31 december 2031 met uitstapmodaliteiten.

Het vast bureau besliste op 4 november 2025 de administratie de opdracht te geven om de evaluatie van het project in september 2026 opnieuw op de agenda van het vast bureau te plaatsen om een definitieve beslissing te nemen voor de legislatuur.

 

Juridisch kader:

Artikel 78, lid 2, 23° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De raad voor maatschappelijk welzijn is bevoegd voor het toekennen van nominatieve subsidies.

Wet van 14 november 1983 betreffende de controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen

Artikel 2, § 1 en 3van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn beogen om op het lokale niveau duurzaam bij te dragen aan het welzijn van de burgers.

De openbare centra voor maatschappelijk welzijn oefenen de opdrachten, vermeld in artikel 1 en 57 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, uit, alsook de andere aangelegenheden die hen door of krachtens een wet of een decreet worden opgelegd.

Artikel 57, §1 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn

Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn heeft tot taak aan personen en gezinnen de dienstverlening te verzekeren waartoe de gemeenschap gehouden is. Het verzekert niet alleen lenigende of curatieve doch ook preventieve hulp. Het bevordert de maatschappelijke participatie van de gebruikers. Deze dienstverlening kan van materiële, sociale, geneeskundige, sociaal-geneeskundige of psychologische aard zijn.

Het decreet van 9 februari 2018 betreffende het lokaal sociaal beleid

Artikel 5, lid 2, 1° van het decreet van 29 november 2013 houdende de organisatie van preventieve gezinsondersteuning

De preventieve gezinsondersteuning heeft tot doel het welbevinden van aanstaande ouders en gezinnen met kinderen en jongeren te bevorderen door hen te ondersteunen op het gebied van welzijn en gezondheid, zodat voor ieder kind en jongere maximale gezondheids- en welzijnswinsten gerealiseerd worden. De preventieve gezinsondersteuning doet dit onder meer minstens door aanstaande ouders, gezinnen, hun kinderen en jongeren gepast te ondersteunen op het vlak van gezondheid, de ontwikkeling en de opvoeding van hun opgroeiende kinderen en jongeren.

Het decreet van 17 mei 2024 over de organisatie van een geïntegreerd gezins- en jeugdhulpbeleid (“Decreet Vroeg en Nabij”)

 

Bijkomende motivering:

We ontvingen een voorstel voor een nieuwe financiering van de MODO-werking vanaf 2026, met een aangepaste samenwerkingsovereenkomst.

De werking van MODO Antwerpse Kempen werd bij de opstart in 2018 met tijdelijke steun vanuit federale projectmiddelen inzake kansarmoede en de steun van lokale besturen Schilde, Zoersel en Zandhoven gefinancierd. Na het aflopen van deze projectsubsidie financierden de lokale besturen Schilde, Zoersel, Zandhoven en later ook Wijnegem, Brecht, Ranst en Wuustwezel de werking van MODO Antwerpse Kempen mee.
Vanaf 2019 werden recurrente, maar onvoldoende middelen (start 19.000 euro) vrijgemaakt vanuit het door de Vlaamse Overheid gesubsidieerde samenwerkingsverband 1Gezin1Plan Voor- en Noorderkempen waarna alle gemeenten uit Eerstelijnszone Voor- en Noorderkempen werden bediend door MODO Antwerpse Kempen (goed voor één gezin per gemeente). Het huidige financieringsmodel dekt niet langer de werkelijke personeelskost en de lokale vraag.

De Vlaamse Overheid heeft deze legislatuur 120 miljoen euro voorzien voor de hele post Jeugdhulp (inclusief Huizen van het Kind en preventieve gezinsondersteuning), waarbij het grootste deel zal gaan naar residentiële opvang van kinderen in nood en professionele thuisbegeleiding.

De uitvoeringsbesluiten vanuit het Decreet over de organisatie van een geïntegreerd gezins- en jeugdhulpbeleid en daarbij de inhoudelijke verwachtingen en financiering van de Huizen van het Kind en de aanbodsvormen preventieve gezinsondersteuning worden ten vroegste verwacht in 2027.

Momenteel zijn er geen extra financieringsmogelijkheden vanuit het samenwerkingsverband 1Gezin1Plan Voor- en Noorderkempen. Er zijn momenteel ook geen subsidieoproepen waarin de werking van MODO Antwerpse Kempen mee kan worden ingeschreven.

De kost van de begeleiding van één gezin gedurende 12 maanden bedraagt € 2.010 en MODO hanteert een prijs van 2.000 euro per gezin dat per jaar begeleid wordt. MODO vraagt hierbij minimaal een insteek van 2 betalende gezinnen en is bereid om het niet bereikte aantal gezinnen terug te betalen.

De gezinnen waarvoor betaald wordt vanuit de gemeenten, worden eerst meegenomen, vervolgens een gezin vanuit 1Gezin1Plan als bonus.

MODO Antwerpse Kempen kan één gezin per gemeente bedienen vanuit de middelen van 1Gezin1Plan Voor- en Noorderkempen en dit voor de gemeenten die hieronder vallen.

Deze regeling kan herbekeken worden wanneer er vanuit de Vlaamse Overheid voldoende middelen worden toegekend, al dan niet via de Huizen van het Kind.

In de jaren 2022, 2023 2024 en 2025 werden er gemiddeld 3,1 gezinnen uit onze gemeente begeleid door MODO Antwerpse Kempen. Momenteel staat er één gezin op de wachtlijst. In de volledige regio Voor- en Noorderkempen werden jaarlijks gemiddeld 34 gezinnen begeleid en staan er 30 gezinnen op de wachtlijst.

 

Financiële gevolgen:

 

Omschrijving:

MODO Samenwerkingsovereenkomst

Actie:

Ranst versterkt het Huis van het Kind

Ramingnummer:

RA 001427

Uitgave:

€ 60.000 / periode 2026-2031

Visumnummer:

2025 67

 

Bijlagen:

Samenwerkingsovereenkomst Modo Antwerpse Kempen

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Art. 1:

De raad voor maatschappelijk welzijn beslist om voor de komende zes jaren opnieuw in financiering van het project MODO te voorzien via toekenning van een nominatieve subsidie van € 10.000 per jaar voor de begeleiding van vijf gezinnen en volgens de modaliteiten van de bij dit besluit gevoegde samenwerkingsovereenkomst met een duur van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 met uitstapmodaliteiten.

 

Art. 2:

Het project wordt in september 2026 opnieuw op de agenda van het vast bureau geplaatst om te evalueren.

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten

Zitting van Raad voor maatschappelijk welzijn van maandag 15 december 2025

 

 

10. Samenwerkingsovereenkomst VDAB - indicering - goedkeuring

 

Omschrijving:

Samenwerkingsovereenkomst VDAB - indicering - goedkeuring

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het OCMW heeft als een van haar opdrachten om het recht op maatschappelijke integratie te verzekeren, en dit onder meer via tewerkstelling. Hierin kadert voorliggend besluit met als doel de goedkeuring voor het aangaan van een samenwerkingsovereenkomst met de Vlaamse Dienst Voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) betreffende de Adviesbevoegdheid Indicering in het kader van de decreten Collectief Maatwerk en Individueel Maatwerk.

Indicering betekent de vaststelling van de behoefte aan werkondersteunende maatregelen door de VDAB. Het resultaat hiervan is dat een persoon erkend kan worden als persoon met een arbeidsbeperking en op basis daarvan werkondersteunende maatregelen kan ontvangen.

Adviesbevoegdheid houdt in dat het OCMW van Ranst een door de VDAB aangewezen dienst is die het recht heeft om een advies uit te brengen over deze indicering. Het is echter altijd de VDAB die de uiteindelijke beslissing neemt en de rechten of het werkondersteuningspakket toekent. De rol van het OCMW is dus het leveren van een onderbouwd, kosteloos advies ter ondersteuning van de beslissing van de VDAB.

 

Juridisch kader:

Artikel 77 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

De raad voor maatschappelijk welzijn beschikt over de volheid van bevoegdheid voor de aangelegenheden die aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn door of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd.

De raad voor maatschappelijk welzijn bepaalt het beleid van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en kan daarvoor algemene regels vaststellen

Artikel 2 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie

Elke persoon heeft recht op maatschappelijke integratie. Dit recht kan onder de voorwaarden bepaald in deze wet bestaan uit een tewerkstelling en/of een leefloon, die al dan niet gepaard gaan met een geïndividualiseerd project voor maatschappelijke integratie.

De openbare centra voor maatschappelijk welzijn hebben tot opdracht dit recht te verzekeren.

Het decreetvan12juli2013betreffendemaatwerkbijcollectieveinschakeling.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 tot uitvoering van het decreet van 12juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling.

Het ministerieel besluit van 20 februari 2018 tot uitvoering van artikel 13 en 51 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling.

Het ministerieel besluit van 10 januari 2019 tot uitvoering van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017 tot uitvoering van het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectief inschakeling.

Het decreetvan14januari2022overmaatwerkbijindividueleinschakeling.

Het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2022 tot uitvoering van het decreet van 14 januari 2022 betreffende maatwerk bij individuele inschakeling.

Het ministerieelbesluitvan3april2023totvaststellingvansommigelijstenmethetoogop bepaalde werkondersteunende maatregelen ten behoeve van personen met een arbeidsbeperking.

Het decreetvan29maart2019betreffendehetkwaliteits-enregistratiemodelvandienstverleners in het beleidsdomein Werk en Sociale Economie

 

Bijkomende motivering:

De uitoefening van de adviesbevoegdheid inzake indicering biedt aanzienlijke voordelen voor OCMW Ranst, de cliënt en de kwaliteit van onze dienstverlening. Door de indicering te integreren in het bestaand activeringstraject, vermijden we de noodzaak tot externe doorverwijzing van de cliënt. Dit resulteert in een snellere doorlooptijd van het proces. De vertrouwde activeringscoach kan de indicering uitvoeren, wat bijdraagt aan de continuïteit en de kwaliteit van het proces. De vereiste opleidingen en de verplichte deelname aan intervisies en opfrissingscursussen leiden tot een structurele versterking van onze interne expertise in het gebruik van het ICF-indiceringsinstrument. Door het advies zelf te formuleren en in te dienen bij de VDAB, verkrijgen we cruciaal zeggenschap in het indicatieproces. Dit stelt ons in staat om de specifieke noden en de maatschappelijke context van onze cliënten direct te vertalen naar het advies, wat de relevantie en de effectiviteit van het uiteindelijke maatwerktraject van de cliënt ten goede komt.

Er zijn geen financiële gevolgen voor het OCMW maar er zijn wel verplichte inspanningen, zoals het volgen van twee opleidingen (deze worden kosteloos georganiseerd door VDAB).

 

Bijlagen:

Samenwerkingsovereenkomst VDAB - indicering

 

Besluit met eenparigheid van stemmen:

Enig artikel:

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de samenwerkingsovereenkomst met VDAB betreffende de Adviesbevoegdheid Indicering in het kader van de decreten Collectief Maatwerk en Individueel Maatwerk goed en machtigt de voorzitter van de raad en de algemeen directeur tot ondertekening.

Publicatiedatum: 20/01/2026
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Raad voor maatschappelijk welzijn van maandag 15 december 2025

 

 

11. Aanpassing meerjarenplan 2025 - deel OCMW - vaststelling

 

Omschrijving:

De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het gedeelte van het OCMW in de aanpassing van het meerjarenplan 2025 vast.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 16 september 2024 met de vaststelling van het OCMW-gedeelte van het meerjarenplan 2025-2027.

Het besluit van de gemeenteraad van 16 september 2024 met de goedkeuring van het OCMW- gedeelte van het meerjarenplan 2025-2027 en de vaststelling van het integrale meerjarenplan 2025- 2027.

Er werd een voorontwerp gemaakt van aanpassing van het meerjarenplan 2025 door de algemeen directeur en de financieel directeur, in overleg met het managementteam en het vast bureau. Het meerjarenplan van gemeente en OCMW Ranst wordt via voorliggend beleidsrapport aangepast om de kredieten voor 2025 nog bij te sturen. Het meerjarenplan wordt niet verlengd omdat het meerjarenplan 2026-2031 nadien wordt voorgesteld.

 

Juridisch kader:

Artikel 78  3° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Het vaststellen van de beleidsrapporten is de bevoegdheid van de raad van maatschappelijk welzijn.

Titel IV van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Deze titel beschrijft de procedure voor de vaststelling van het meerjarenplan.

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018, en latere wijzigingen, betreffende de beleids- en de beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Dit besluit geeft een overzicht van de diverse beleids- en beheersrapporten die moeten worden opgemaakt en een aantal regels waaraan de boekhouding van de gemeente moet voldoen.

Ministerieel besluit van 26 juni 2018, en latere wijzigingen, tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen

In dit besluit worden de concrete schema's en rekeningstelsels vastgelegd.

 

Bijkomende motivering:

Het raadslid Johan De Ryck (N-VA) wenst een stemverklaring uit te vaardigen dat de N-VA fractie tegen zal stemmen omdat er zoals te lezen valt in de pers dat de exploitatieuitgaven sterk stijgen. Bij dit gegeven worden er onnodige uitgaven gedaan zoals de aankoop van KBC-gebouw en de belastingen te verhogen in plaats van te besparen. Hierdoor zal de N-VA fractie tegen stemmen.

 

Bijlagen:

Ranst - Aanpassing meerjarenplan 2025 - basisdocument

Ranst - Aanpassing meerjarenplan 2025 - documentatie

Ranst - Aanpassing meerjarenplan 2025 - detail van de raming

 

Besluit met:

14 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst) en Roel Vermeesch (Pit)

6 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

3 onthoudingen: Luc Redig (Groen), Annelies Creten (Groen) en Kurt De Belder (Groen)

 

Enig artikel:

De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het OCMW deel van de aanpassing van het meerjarenplan 2025 in bijlage vast.

Publicatiedatum: 20/01/2026
Punt bijlagen/links 2 - Meerjarenplan 2025 - aanpassing - documentatie.pdf Download
1 - Meerjarenplan 2025 - aanpassing - basisdocument.pdf Download
Overzicht punten Ga naar de bekendmaking

Zitting van Raad voor maatschappelijk welzijn van maandag 15 december 2025

 

 

12. Meerjarenplan 2026 - 2031 - deel OCMW - goedkeuring

 

Omschrijving:

De raad voor maatschappelijk welzijn keurt het gedeelte van het OCMW in het meerjarenplan 2026 - 2031 goed.

 

Motivering:

Relevante voorgeschiedenis, feiten en context:

Voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen wordt een meerjarenplan vastgesteld. Dat meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.

In de strategische nota van het meerjarenplan wordt de beleidsverklaring met financiële kerncijfers, de beleidsdoelstellingen en een overzicht van de prioritaire acties voor het extern en intern te voeren beleid geïntegreerd weergegeven.

In de financiële nota van het meerjarenplan wordt de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd.

De gemeenten en de OCMW’s hebben een geïntegreerd meerjarenplan, maar hebben hun eigen bevoegdheden voor de vaststelling ervan.

Zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn moet eerst zijn eigen deel van het meerjarenplan vaststellen. Daarna kan de gemeenteraad het deel van het meerjarenplan dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld, goedkeuren, waardoor het meerjarenplan definitief is vastgesteld.

De goedkeuring van de gemeenteraad is nodig omdat de gemeente de financiële gevolgen moet dragen van de keuzes die de raad voor maatschappelijk welzijn maakt. Die besluitvorming gebeurt best als volgt :

-          de raad voor maatschappelijk welzijn stelt eerst zijn deel van het meerjarenplan vast

-          de gemeenteraad stelt vervolgens zijn deel van het meerjarenplan vast

-          de gemeenteraad keurt ten slotte het deel goed dat de raad voor maatschappelijk welzijn heeft vastgesteld.

 

Juridisch kader:

Artikel 78  3° van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Het vaststellen van de beleidsrapporten is de bevoegdheid van de raad van maatschappelijk welzijn.

Titel IV van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur

Deze titel beschrijft de procedure voor de vaststelling van het meerjarenplan.

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018, en latere wijzigingen, betreffende de beleids- en de beheerscyclus van de gemeenten, de provincies en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

Dit besluit geeft een overzicht van de diverse beleids- en beheersrapporten die moeten worden opgemaakt en een aantal regels waaraan de boekhouding van de gemeente moet voldoen.

Ministerieel besluit van 26 juni 2018, en latere wijzigingen, tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningenstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen

In dit besluit worden de concrete schema's en rekeningstelsels vastgelegd.

 

Bijkomende motivering:

In de Beleids- en beheerscyclus BBC is een meerjarenplan, bestaande uit een strategisch gedeelte (doelstellingen, actieplannen, acties) en de financiële vertaling daarvan, de basis waarbinnen de verschillende jaarbudgetten passen.

De opmaak van huidige meerjarenplan 2026 – 2031 was een complexe evenwichtsoefening waarbij enerzijds de ambitie leefde om een antwoord te bieden op de talrijke strategische uitdagingen en financiële risico’s waarmee het gemeentebestuur geconfronteerd wordt, maar anderzijds de mogelijkheden gelimiteerd waren door het dubbel financieel evenwichtscriterium dat garant staat voor gezonde gemeentefinanciën op middellange en lange termijn.

Een belangrijk speerpunt daarbij was het voortdurend streven naar efficiënter en beter werken. De grote doelstelling is Ranst te ontwikkelen als een gemeente waar inwoners gehoord worden en kunnen genieten van een hoge levenskwaliteit in een veilige, groene en bruisende leefomgeving. Dit idee is terug te vinden in de beleidsdoelstellingen en in de talrijke concrete actieplannen en acties.

Er werd dit meerjarenplan geopteerd om een onderscheid te maken tussen prioritair en niet prioritair beleid. In de strategische nota (en later in de opvolgingsrapportering en de jaarrekening) wordt gerapporteerd over álle prioritaire acties en in de documentatie over alle acties.

De speerpunten voor dit meerjarenplan zijn vervat in de beleidsdoelstellingen :

-          BD 1 – Ranst is financieel daadkrachtig

-          BD 2 – Ranst is een sterke organisatie waar iedereen mee is

-          BD 3 – Ranst garandeert een menswaardig leven met hoge levenskwaliteit

-          BD 4 – Ranst bruist

-          BD 5 – Ranst is veilig, groen en landelijk

 

Bijlagen:

Ranst - Meerjarenplan 2026 - 2031

Ranst - Meerjarenplan 2026 - 2031 - documentatie

Beleidsverklaring 2026 - 2031

Bijlage1 - omgevingsanalyse

Bijlage 2 - algemeen beleidsprogramma 2025-2030

Bijlage 3 - Voorstelling en resultaten burgerpresentatie - uw mening telt

 

Stemverklaring:

Een forse verhoging van de belastingen De gemeentelijke belastingen stijgen met 38%, de Personenbelasting en verkeersbelasting verhoogd met 19% en invoering van GAS 5 voor het innen van snelheidsboetes. Dit alles komt neer op 111 miljoen belastinginkomsten. Dankzij de Vlaamse maatregelen ontvangt Ranst 9,7 miljoen extra inkomsten. De verkoop voor €7,8 miljoen gebouwen en gronden die nu nog eigendom zijn van het OCMW en de gemeente. Niettegenstaande uit de bevraging blijkt dat de meerderheid vindt dat het gemeentelijk patrimonium zo veel mogelijk behouden moet blijven voor de toekomst. Daarboven worden er bovenop die 159 miljoen inkomsten en de lening van 6 miljoen die jullie in 2025 al hebben opgenomen de volgende 5 jaar nog eens 23 miljoen euro aan leningen opgenomen. De schuldgraad van de Ranstenaren was de vorige legislatuur gedaald naar 463 euro per inwoner en zal nu stijgen naar 1.547 euro. 

Bovendien zijn er onverantwoorde uitgaven voorzien zoals de aankoop van het KBC-gebouw in Broechem of 2 miljoen euro uit te delen aan jeugd- en sportverenigingen daar hebben menig Ranstenaren hun twijfels over. Een investering van 10 miljoen in een nieuw administratief centrum zal de schuldgraad verhogen maar het is aan het gemeentebestuur om de schuldgraad in toom te houden en geen onverantwoorde uitgaven te doen. Daarom gaat de N-VA fractie dit meerjarenplan niet goedkeuren 

 

Besluit met:

14 stemmen voor: Bart Goris (Pit), Katlijn Hofmans (Pit), Christel Engelen (Ons Ranst), Tim Peeters (Vrij Ranst), Tine Muyshondt (Pit), Fernand Bossaerts (Pit), Kevin Helsen (Pit), Christel Meeus (Pit), Fons Huysmans (Pit), Gunter Michiels (Pit), Kurt Stabel (Vrij Ranst), Mieke Van Rompaey (Ons Ranst), Ludo Janssens (Ons Ranst) en Roel Vermeesch (Pit)

6 tegen: Johan De Ryck (N-VA), Leen Baeten (N-VA), Guido Wittocx (N-VA), Jörg Welz (N-VA), Zoe Helsen (N-VA) en Kris Wouters (N-VA)

3 onthoudingen: Luc Redig (Groen), Annelies Creten (Groen) en Kurt De Belder (Groen)

 

Enig artikel:

De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het meerjarenplan 2026-2031 deel OCMW vast.

Publicatiedatum: 20/01/2026
Punt bijlagen/links 4 - beleidsverklaring 2025-2031 - definitief.pdf Download
7 - Bijlage 2 - Algemeen beleidsprogramma 2025-2030.pdf Download
6 - Bijlage 1 - Omgevingsanalyse.pdf Download
2 - Meerjarenplan 2026-2031 - documentatie.pdf Download
1 - Meerjarenplan 2026-2031 - basisdocument.pdf Download
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.